ACM wijst handhavingsverzoek 1850 en zusterbedrijven af: toekomst nummerinformatie en doorverbinddiensten onzeker
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft een handhavingsverzoek van de 3 zusterbedrijven 1850, Voice Data Bridge en 1800 Services, afgewezen. Daarmee krijgen de exploitanten van de bekende informatienummers 1800, 1850 en 1888 geen gehoor voor hun oproep om telecomaanbieders te verplichten om meer contactgegevens beschikbaar te stellen en de kosten voor toegang tot die gegevens fors te verlagen.
De zaak gaat over een vorm van dienstverlening die veel consumenten nauwelijks nog kennen, maar die nog altijd een rol speelt in de telefonische bereikbaarheid van organisaties: de nichemarkt voor nummerinformatie en doorverbinden. In de loop van de jaren negentig vormden nummerinformatie en doorverbinddiensten een modern alternatief voor het telefoonboek en de Gouden Gids. De 45 plussers onder ons kennen de dienst Scoot (“Wat kan ik voor u vinden?”) nog wel. Via nummers als 1800, 1850 en 1888 kunnen bellers nog altijd telefoonnummers van bedrijven en instellingen opvragen en zich eventueel laten doorverbinden.
Strijd om toegang tot contactgegevens
De zusterbedrijven 1850, Voice Data Bridge en 1800 Services verzochten de ACM om COIN en de telecombedrijven te verplichten om toegang te verschaffen tot alle telefoonnummers van abonnees, uitgezonderd die van natuurlijke personen die daarvoor geen toestemming geven. COIN is een samenwerkingsorganisatie van telecomaanbieders die zich richt op operationele processen in de telecomsector, zoals nummerportabiliteit. De drie bedrijven achter de informatienummers 1800, 1850 en 1888 stelden dat het centrale abonnee-informatiebestand van COIN onvoldoende zakelijke telefoonnummers bevat. Volgens hen komt dat doordat telecomaanbieders ook zakelijke klanten om toestemming vragen voordat hun gegevens worden opgenomen in het bestand.
1850, Voice Data Bridge en 1800 Services vonden dat deze werkwijze in strijd is met de Telecommunicatiewet en aanverwante regelgeving.

De ACM volgt die redenering echter niet. Volgens de toezichthouder richten de betreffende wettelijke bepalingen zich vooral op aanbieders van abonnee-informatiediensten en niet op telecomaanbieders. Daardoor ziet de ACM onvoldoende juridische grond om telecombedrijven te verbieden toestemming te vragen aan zakelijke abonnees.
Krimpende markt speelt belangrijke rol
Een tweede belangrijk argument van de ACM is de ontwikkeling van de markt zelf. De vraag naar nummerinformatie en doorverbinddiensten neemt al jaren af. Consumenten vinden telefoonnummers tegenwoordig vaak via zoekmachines, websites en andere online databanken.
De toezichthouder wijst erop dat de wetgever deze diensten in 2018 bewust uit de Universele Dienstverplichting heeft gehaald. Daarmee werd destijds gesteld dat de markt zelf moet bepalen of dergelijke diensten voldoende bestaansrecht hebben. Volgens de ACM is het daarom niet aannemelijk dat handhaving zou leiden tot een structureel herstel van de vraag.
Ook geen steun voor lagere tarieven
Naast meer toegang tot abonneegegevens wilden de verzoekers ook dat de ACM een kostengeoriënteerd tarief zou vaststellen. Zij stelden voor dat dit niet hoger zou zijn dan 3 procent van de huidige gezamenlijke kosten die telecomaanbieders rekenen.
Ook dat verzoek wees de ACM af. Volgens de toezichthouder zou een uitgebreid onderzoek nodig zijn bij alle 113 telecomaanbieders die betrokken zijn bij het aanleveren van abonneegegevens. Dat zou een groot beslag leggen op capaciteit en specialistische expertise. Bovendien acht de ACM een verlaging naar 3 procent op voorhand niet realistisch en mogelijk zelfs onbillijk laag.
Met het besluit lijkt de ACM een duidelijk signaal af te geven: de problemen waarmee aanbieders van nummerinformatie en doorverbinddiensten kampen, zijn volgens de toezichthouder vooral het gevolg van veranderende marktomstandigheden en niet van overtredingen door telecomaanbieders of COIN.
Daarmee ziet de toekomst van nummerinformatie en doorverbinddiensten er somber uit.