Wat is een fatsoenlijk loon voor Nederlandstalig callcenter werk in Suriname?
Het is niet makkelijk om je een genuanceerd beeld te vormen over een fatsoenlijke beloning voor Nederlandstalig klantcontact vanuit de populaire offshore-locatie in Suriname. Aangezien een substantieel deel van het Nederlandse kantcontact inmiddels vanaf offshore locaties wordt verzorgd, is het toch een relevant onderwerp van gesprek.
De Nederlandse vakbond FNV heeft zich in 2025 in de discussie gemengd. De FNV noemt het loon laag, maar gaat in haar uitingen in de Nederlandse landelijke media, voorbij aan het feit de Surinaamse levensstandaard niet te vergelijken is met de Nederlandse levensstandaard.
Andere geluiden zijn ook te horen. Het salaris mag juist niet nog hoger worden omdat de contact centers met hun goede arbeidsvoorwaarden, Surinamers zouden verleiden om van maatschappelijk revelante beroepen als onderwijzer, verpleegkundige, politieagent of brandweerman, over te stappen naar het werken in de callcenters.
In dat kader viel ons oog op een artikel in het Surinaamse medium De Ware Tijd.
‘Hosselen’ om in levensonderhoud te voorzien
Het artikel schetst een beeld van wat in Suriname ‘hosselen’ wordt genoemd; het combineren van baantjes en bronnen van inkomsten.
Een 44-jarige docente beroepsonderwijs vertelt hoe zij, naast haar werk voor de klas, genoodzaakt is om ’s avonds bij een callcenter te gaan werken om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien. Met haar docentensalaris is zij niet in staat om zelfs maar de basisbehoeften te dekken.

“Van het salaris van nog geen SRD 11.000 per maand (omgerekend 244 euro), inclusief overuren, gaat alleen al aan vervoerskosten om naar school te gaan rond de SRD 5.000 (111 euro). “Ik wil niet denken aan collega’s die daarnaast nog de maandelijkse huishuur van meer dan SRD 11.000 (244 euro), moeten betalen. De kosten van nutsvoorzieningen en boodschappen moeten daar nog bij worden opgeteld.” De docente met wie de krant sprak weet dat sommige collega’s in de avonduren zelfs sekswerk doen om rond te komen.
De docente met wie de Ware Tijd sprak is niet de enige die is gaan werken bij een callcenter. Uit interviews van de Ware Tijd is gebleken dat sommige docenten er zelfs voor hebben gekozen om het callcenterwerk fulltime te gaan doen, aangezien het heel zwaar werd om ‘s avonds en in de vroege ochtend te werken en daarna weer om zeven uur s ’morgens op school te zijn, terwijl het salaris bij een call center veel meer bedraagt.
Modaal inkomen
Cijfers over een modaal inkomen in Suriname zijn moeilijk te vinden maar navraag leert dat dit omgerekend ligt ergens in de bandbreedte tussen 200 en 400 euro bruto per maand op basis van fulltime.
Reactie vakbond BVAW
We hebben Jerrel Mac Intosh, voorzitter van de Surinaamse vakbond BVAW naar aanleiding van het artikel in De Ware Tijd, om zijn visie gevraagd. De heer Mac Intosh heeft ons uitgebreid en onderbouwd antwoord op onze vragen gegeven. Zijn volledige antwoord, kun je lezen, onderaan dit artikel. Hier alvast een samenvatting van de visie van de vakbond BVAW:
De Surinaamse vakbond BVAW ziet de groei van de callcentersector als positief, maar plaatst stevige kanttekeningen bij de beloning. Jerrel Mac Intosh: “Deze sector biedt jongeren inkomenszekerheid en internationale werkervaring, maar we moeten onderscheid maken tussen het bestaan van werk, en de kwaliteit en beloning ervan.”
Volgens de vakbond verrichten Surinaamse medewerkers “exact hetzelfde werk” als collega’s in Nederland of België: zelfde taal, zelfde KPI’s, zelfde targets. “Het verschil zit uitsluitend in de geografische locatie, niet in productiviteit of kwaliteit.” Toch ligt het salaris fors lager.
De BVAW stelt dat een fulltime werknemer in staat zou moeten zijn om huisvesting, vervoer, nutsvoorzieningen, boodschappen en enige reserveringen te kunnen betalen. Op basis van de huidige kostenstructuur zou een leefbaar loon “richting 1.000 euro per maand” (circa SRD 45.000) moeten liggen. “Wij vragen geen Nederlands loon, wij vragen een leefbaar loon.”
Mac Intosch geeft verder aan: “Gemiddeld gebruikelijk inkomen is niet hetzelfde als wat nodig is om fatsoenlijk te leven. Bovendien opereren callcenters in een internationale markt met inkomsten in euro’s en dollars. Moet het kostenverschil volledig ten goede komen aan buitenlandse opdrachtgevers, terwijl werknemers lokaal onder het bestaansminimum blijven? Wij vinden van niet.”
De inzet van de vakbond richt zich op behoud van de sector, eerlijke beloning, transparante arbeidsvoorwaarden en sociale dialoog. “Werk moet niet zijn om te overleven, maar om van te leven.”, aldus Mac Intosh.
Reactie branchevereniging VCCS
We hebben ook de branchevereniging VCCS (Vereniging ContactCenters Suriname) om een reactie gevraagd. De VCCS geeft desgevraagd aan: “De contactcentersector is voor veel mensen aantrekkelijk vanwege de flexibele werktijden, waardoor parttime werken goed mogelijk is naast andere werkzaamheden of een studie. Wij zijn er niet op uit om mensen weg te trekken uit vitale beroepen. Juist door deze flexibiliteit kunnen velen hun werk in bijvoorbeeld onderwijs of zorg blijven combineren met aanvullende inkomsten.”
Secundaire voorwaarden
Los van salaris, levensstandaard, reiskosten, flexibiliteit en werktijden, zijn er nog andere factoren die een rol spelen.
De inflatie in Suriname ligt op dit moment op zo’n 11%. Ter vergelijk; de inflatie in Nederland bedroeg in januari 2026 2,4% op jaarbasis. Naast de zeer hoge inflatie in Suriname, wordt de Surinaamse Dollar steeds minder waard ten opzichte van harde internationale valuta zoals de Euro en de Amerikaanse Dollar. Deze zgn. ‘depreciatie’ ligt op ongeveer 7%, terwijl Suriname veel moderne producten moet importeren waarvan het importeren dus steeds duurder wordt, als je deze producten moet betalen met Surinaamse Dollars.
De meeste Europese callcenter-werkgevers betalen hun medewerkers uit in euro’s, wat voor de Surinaamse medewerkers zeer interessant is gezien de inflatie in Suriname en de depreciatie van de Surinaamse dollar.
Reactie van een werkgever
Jasper Meerding, oprichter en CEO van ContactCare reageert ook, vanuit het perspectief van de werkgever: “Het startsalaris ligt bij ContactCare Suriname op 3,60 euro bruto per uur, excl. 17,5% onkostenvergoeding . Met toeslagen (50% voor 06:00u en na 19:00u) en op zaterdag + op zon- en feestdagen 100%, betalen we gemiddeld tussen de 700 en de 1.000 euro, omgerekend SRD 45.000, bruto per maand op basis van fulltime, afhankelijk van vroege diensten, feestdagen en weekenddiensten.”
Daarmee zitten werkgevers zoals ContactCare niet heel ver van een ‘leefbaar loon’ zoals de BVAW dat berekent en betalen werkgevers ook nog eens in harde valuta, wat diverse voordelen heeft, en bieden de callcenters flexibiliteit, de mogelijkheid om internationale werkervaring op te doen en interessante carrièremogelijkheden.
Meerding licht verder toe: “Ik vind het bijzonder dat FNV zich zo inspant in een ander land, om een lokale vakbond te ondersteunen terwijl callcenterbedrijven zoals ContactCare al minimaal 3x het minimumloon betalen en we voorzieningen bieden zoals ziektekostenverzekeringen die vele malen beter zijn dan regulier. Daarnaast vraagt een vakbond een bijdrage van 1% het brutoloon aan de medewerker, waar de meeste werknemers huiverig voor zijn. De arbeidsmarkt in Suriname is klein en sterk concurrerend. Ik zou er als FNV van dromen als werkgevers in Nederland 3x het minimumloon kunnen betalen aan de klantcontact medewerkers in Nederland.”
Constructieve dialoog
Mogelijk zitten de werkgevers en de vakbond in Suriname in de praktijk dichter bij elkaar dan dat ze zelf denken. Hoe dan ook is het belangrijk dat er een open en constructieve dialoog plaatsvind over wat fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden zijn voor medewerkers op offshore-locaties. Vakbond BVAW en branchevereniging VCCS lijken wat dat betreft in Suriname inmiddels de goede weg in te slaan.
Volledige reactie van Jerrel Mac Intosh, voorzitter van de Surinaamse vakbond BVAW
Beste redactie,
Namens de vakbond, BVAW voor de callcenters in Suriname, bedanken wij u dat wij mogen reageren op het artikel in “De Ware Tijd”.
Laat ik beginnen met te zeggen dat wij zeer erkentelijk zijn dat de VCCS, dat is de vereniging die 9 callcenters in Suriname vertegenwoordigd, ons heeft erkend en heeft uitgenodigd voor een kennismaking.
Wij als vakbond, die de callcenters medewerkers vertegenwoordigen, ervaren het als positief dat er in Suriname werkgelegenheid is in de callcentersector. Deze sector biedt met name jongeren die pas afgestudeerd zijn van de middelbare school, een inkomenszekerheid en ze doen internationale werkervaring op.
Tegelijkertijd moeten wij een principieel onderscheid maken tussen:
- Het bestaan van werkgelegenheid
- De kwaliteit en beloning van die werkgelegenheid
Dat onderwijsgevenden genoodzaakt zijn om ‘s avonds (in de vroege ochtend in Suriname vanwege het tijdsverschil) bij te werken, is op zichzelf al een maatschappelijk probleem. Dat zij daarvoor in een callcenter terecht kunnen is beter dan wanneer zij geen legaal alternatief hebben. Maar het betekent niet automatisch dat de beloning in de callcentersector daarmee als toereikend of rechtvaardig kan worden beschouwd.
De kern van onze inzet is niet het afzetten van sectoren tegen elkaar, maar het realiseren van een leefbaar loon.
Callcenter medewerkers in Suriname verrichten in veel gevallen exact hetzelfde werk als hun collega’s in Nederland of België. Zij bedienen Nederlandse klanten, spreken de taal vloeiend en werken volgens dezelfde KPI’s, targets en kwaliteitsnormen. Het verschil zit uitsluitend in de geografische locatie. Het verschil zit niet in de productiviteit of de kwaliteit.
Toch ligt het salaris in Suriname lager. De vakbond die de callcenters in Suriname vertegenwoordigd, de BVAW, stelt dat een werknemer die fulltime werkt, in staat moet zijn om:
- Huishuur te betalen (tussen 300 USD en 500 USD) per maand of een hypotheek af te lossen van tussen 300 en 400 euro
- Vervoerskosten te bekostigen (alleen aan benzine minimaal 200 euro)
- Nutsvoorzieningen te betalen (water, energie en telefoon)
- Boodschappen te betalen
- En te sparen om op vakantie kunnen te gaan
Op basis van de huidige kostenstructuur in Suriname betekent dit dat een leefbaar loon richting Euro 1.000,= per maand zou moeten liggen. Omgerekend ongeveer 45.000,= Surinaamse dollar.
Dat callcenters momenteel meer betalen dan het onderwijs, maakt het loon nog niet automatisch leefbaar. Wanneer onderwijsgevenden met een bijbaan in de callcenter nauwelijks rondkomt, toont dat niet de kracht van de callcentersector, maar de bredere loonproblematiek in Suriname.
Callcenters geven ook aan dat ze meer betalen dat het minimumloon in Suriname. Het minimumloon is Suriname is Euro 1,20 (52 Surinaamse dollar). Wat is het minimumloon van een callcenter medewerker in Nederland? Deze vergelijking is belachelijk die de callcenters maken. Wij als vakbond begrijpen ook dat men in Suriname niet hetzelfde loon kan betalen als in Nederland en België, maar we vragen naar een leefbaar loon. In-the-end doen de mensen in Suriname precies hetzelfde werk als hun collega’s in Nederland en België.
Onze inzet is:
- Behoud en versterking van de callcentersector
- Eerlijke beloning in verhouding tot geleverde werk
- Transparante arbeidsvoorwaarden vastgelegd in een CAO
- Sociale dialoog met de werkgevers
Wij zijn blij met de ontwikkeling van de sector. Wij zijn niet tegen international outscourcing. Maar wij zijn wel tegen het model dat hetzelfde werk structureel tegen een fractie van het tarief in Europa wordt beloond zonder dat dit zich vertaalt in een fatsoenlijk bestaansniveau voor de werknemer in Suriname.
Werk moet niet zijn om te overleven, maar werk moet voldoende zijn om van te leven.
Onze inzet is niet om werkgelegenheid te ondermijnen, maar om deze duurzaam en social verantwoord te maken. Een stabiele, eerlijk betaalde workforce is uiteindelijk ook in belang van de opdrachtgevers in Nederland en België.
Aanvullende vragen van de redactie
Zou de BVAW zich niet primair op ‘de bredere loonproblematiek in Suriname’ moeten richten, in plaats van, van de callcenterbedrijven te verlangen dat zij 3x het huidige modale salaris zouden moeten gaan betalen?
Dat nog los van het feit: als een baan in een callcenter SRD 45.000 zou verdienen en een baan in het onderwijs, als verpleegkundige, als politieagent of als brandweerman circa SRD 13.500, dan zou toch niemand meer als onderwijzer, verpleegkundige, politieagent of brandweerman willen werken?
Als vakbond voor de callcenter medewerkers, de BVAW, geven we graag een nadere toelichting. De BVAW benadrukt dat hier een aantal economische en maatschappelijke aspecten door elkaar lopen.
Het gemiddeld gebruikelijk inkomen vs. leefbaar loon.
De bedragen die u noemt van SRD8.900-17.900 bruto per maand wordt in Suriname inderdaad vaak als gemiddeld gebruikt. Dat klopt in statische zin.
Maar het gemiddeld gebruikelijk inkomen is geen bepalend begrip. Het geeft allen aan wat veel voorkomt, niet wat voldoende is om van te leven.
Het bedrag van SRD45.000,= dat wij noemen als indicatie van een leefbaar loon is gebaseerd op reële kosten van levensonderhoud:
- Huur of Hypotheek
- Nutsvoorzieningen
- Voeding (meestal geïmporteerd en dus valutagevoelig)
- Transport
- Onderwijs- en medische kosten
- Reserve voor onvoorziene uitgaven
Wanneer men deze kosten optelt in de huidige Surinaamse economische context met structurele inflatie en een zwakke Surinaamse dollar ten opzichte van de euro of USD, dan blijkt dat een gemiddeld inkomen onvoldoende is voor een zelfstandige huishouden zonder structurele bijverdiensten.
Het verschil tussen “wat gebruikelijk is” en “wat nodig is om fatsoenlijk te leven” is precies de kern van het maatschappelijk probleem.
U vraagt zich af als de BVAW zich niet primair moet richten op de bredere loonproblematiek in Suriname. We richten ons op beide.
Er is wel een belangrijk onderscheid:
- De Surinaamse overheid bepaalt de salarissen in sectoren zoals onderwijs, gezondheidzorg, politie en brandweer
- Callcenters opereren in een private, internationale markt, vaak met Nederlandse, Belgische of andere buitenlandse opdrachtgevers die betalen in harde valuta (Euro of USD)
Dat verschil is wezenlijk.
De callcentersector is geen puur lokale economie. Het verdienmodel is gekoppeld aan buitenlandse tarieven. Wanneer de Nederlandse bedrijven klantcontact uitbesteden naar Suriname, gebeurt dat juist vanwege het kostenverschil.
Daarmee bestaat een morele en economische vraag: Moet dat kostenverschil volledig ten goede komen aan buitenlandse opdrachtgevers en aandeelhouders, terwijl werknemers lokaal onder het bestaansminimum blijven? De BVAW vindt van niet.
Wij stellen dus niet dat callcenters “zomaar” 3x het gemiddelde moeten betalen, maar dat de verdeling van internationale marges eerlijker moeten plaatsvinden, zodat werknemers niet structureel afhankelijk blijven van twee of drie banen. De internationals Zijin en New Mount die in Suriname in de goudsector opereren, betalen de werknemers ook niet net iets meer dan het gemiddeld inkomen waarover u het heeft.
Uw punt over verdringing richting onderwijs of zorg is begrijpelijk, maar hier spelen meerdere factoren.
- Arbeidskeuze wordt niet bepaalt door alleen het salaris. Veel mensen kiezen bewust voor een bepaalt beroep, vanwege de roeping, maatschappelijke betekenis en baanzekerheid.
- Het huidig loonverschil is laag. Dat een politieagent of een onderwijsgevende SRD13.500, = verdiend, betekent niet dat, dat een passend loon is. Het betekent dat ook die sector onder druk staat. De mensen uit ons onderwijs en gezondheidzorg trekken nu toch weg naar het buitenland w.o. ook Nederland.
Het argument “als 1 sector beter gaat betalen, ontstaat scheefgroei” impliceert dat lage lonen in andere sectoren in stand moeten blijven om evenwicht te bewaren. Dat is economisch gezien een race-to-the-bottom. Het effect hierbij kan zijn:
- Bedrijf A verlaagt lonen om goedkoper te zijn
- Bedrijf B verlaagt ze nog meer
- Werkroosters worden zwaarder
- Zekerheden verdwijnen
Als de private sector betere lonen kan betalen, kan dat juist druk zetten op bredere loonherzieningen voor de sectoren bij de Surinaamse overheid.
Wanneer o.a. onderwijsgevenden genoodzaakt zijn om in de vroege ochtend in een callcenter te werken om rond te komen, is dat geen individueel falen. Dat is een structureel inkomensprobleem. De inzet voor een leefbaar loon in de callcenterindustrie is daarom niet los te zien van de bredere sociaaleconomische context. Het is een beginpunt en geen eindpunt.
We pleiten niet voor verstoring, maar voor waardigheid in arbeid.
Wij begrijpen uiteraard dat loonaanpassingen niet vandaag op morgen verdrievoudigd kunnen worden. Onderhandelingen gaan over fasering, realistische stappen en transparante marges.
Maar het gesprek moet wel gevoerd worden op basis van wat nodig is om fatsoenlijk te kunnen leven. Niet uitsluitend van wat historisch gebruikelijk is.
Met vriendelijke vakbondsgroeten,
Jerrel Mac Intosh
Voorzitter BVAW