ABN AMRO zet in op minimaal 50% werken op kantoor
Hybride werken is een belangrijk onderwerp tijdens de onderhandelingen over een nieuwe cao voor ABN AMRO. Terwijl de huidige cao afloopt op 1 juli, liggen de vakbonden en de bank nog niet op één lijn, o.a. over de balans tussen werken vanuit huis en werken op kantoor.
Het gespreksonderwerp draait vooral om een voorstel van de bank om medewerkers minimaal 50 procent van hun arbeidstijd op kantoor te laten werken. Daarmee wil ABN AMRO de huidige kantoorbezetting, die volgens de bank op dit moment rond de 34 procent ligt, verhogen. Volgens vakbond De Unie wil de bank dat medewerkers “niet solo bepalen waar en wanneer ze werken, maar dit samen met de collega’s en manager doen op basis van een ondergrens van 50% van de arbeidstijd”.
Verschuiving in hybride werkcultuur
De voorgestelde norm markeert een duidelijke verschuiving ten opzichte van de hybride werkcultuur die de afgelopen jaren binnen veel organisaties is ontstaan. Volgens werknemersvereniging Our NEXT Move komt het voorstel voort uit zorgen van de bank over verbondenheid, teamvorming en collegialiteit.
In een terugkoppeling over de cao-onderhandelingen schrijft de vereniging: “De bank houdt toch vast aan de wens van een norm voor iedereen: minimaal 50% op kantoor.” Daarbij stelt de bank dat collega’s momenteel gemiddeld slechts anderhalve tot twee dagen per week op kantoor aanwezig zijn. De achterliggende doelen zijn volgens de bank “verbondenheid, teams bouwen en collegialiteit”.
Kritiek vanuit vakbonden
Vakbonden reageren kritisch op het voorstel van ABN Amro. In een recente update over de cao-onderhandelingen schrijft FNV: “Ook wil de bank dat medewerkers minimaal 50% van de tijd op kantoor werken. Waarom precies dit percentage is gekozen, wordt niet goed uitgelegd.” De bond koppelt deze discussie bovendien aan mobiliteit en vergoedingen. Tegelijkertijd wil de bank de bestaande kilometervergoeding niet verhogen en blijft de maximale vergoedingsafstand van 40 kilometer gehandhaafd.
Volgens FNV betekent dit dat medewerkers vaker naar kantoor moeten reizen zonder dat daar extra compensatie tegenover staat.

Wat betekent dit voor klantcontact?
Voor klantcontactorganisaties is de discussie bij ABN AMRO interessant om te volgen. Veel customer service afdelingen hebben sinds de coronaperiode bewezen dat klantadviseurs ook vanuit huis productief kunnen werken. Tegelijkertijd worstelen organisaties met vraagstukken rondom betrokkenheid, coaching, kennisdeling en teamgevoel.
De cao-onderhandelingen bij ABN AMRO laten zien dat hybride werken inmiddels niet meer alleen gaat over flexibiliteit, maar ook over cultuur, samenwerking en werkgeverschap. De uitkomst van deze discussie kan daardoor een belangrijke graadmeter worden voor andere grote werkgevers die zoeken naar de nieuwe balans tussen thuiswerken en fysieke aanwezigheid.