Arbeidsmarkt voor klantcontact wordt minder krap
De spanning op de arbeidsmarkt voor klantcontact neemt verder af. Het aantal openstaande vacatures daalt, terwijl het aantal mensen met een WW-uitkering dat op zoek is naar een klantcontactfunctie juist stijgt. Dat blijkt uit de KSF Arbeidsmarktmonitor, editie september 2026, die is gebaseerd op cijfers van UWV.
Sinds eind 2023 neemt de krapte voor medewerkers klantcontact af. Er is landelijk nog steeds meer vraag naar personeel dan aanbod, maar de verhouding tussen beide wordt minder scheef. Volgens de Klantenservice Federatie betekent dit dat het voor werkgevers minder moeilijk wordt om klantadviseurs te vinden.
Grote regionale verschillen
De arbeidsmarkt is niet overal in Nederland even krap. In het tweede kwartaal van 2026 was er in 19 van de 35 arbeidsmarktregio’s nog meer vraag dan aanbod. In veertien regio’s waren vraag en aanbod meer in balans. Twee regio’s, Zaanstreek/Waterland en Zuid-Holland Centraal, werden door UWV als een ruime arbeidsmarkt aangemerkt.

Daarmee zet de dalende trend die sinds eind 2023 zichtbaar is, verder door. De landelijke spanningsindicator voor klantcontact bewoog de afgelopen jaren van ‘zeer krap’ richting ‘krap’. De indicator geeft de verhouding weer tussen het aantal vacatures en het beschikbare aanbod van personeel.
Ook het aantal openstaande vacatures loopt terug. In 2023 en in de eerste helft van 2024 lag de vraag naar klantcontactmedewerkers nog op een relatief hoog niveau. Daarna zette een daling in. In het tweede kwartaal van 2026 stonden volgens de monitor ongeveer 3.600 vacatures open. Dat is 6 procent minder dan in dezelfde periode een jaar eerder.
Meer WW’ers zoeken klantcontactwerk
Tegelijkertijd stijgt het aantal mensen met een WW-uitkering dat belangstelling heeft voor een klantcontactberoep. Vanaf het voorjaar van 2021 tot eind 2022 daalde dat aantal sterk. Sinds begin 2024 is opnieuw sprake van groei. In augustus 2026 ging het om ongeveer 3.400 mensen.
Bij die ontwikkeling plaatst KSF wel een methodologische kanttekening. UWV heeft door een vernieuwing van de dataomgeving de aantallen WW-uitkeringen en geregistreerde werkzoekenden vanaf januari 2026 opnieuw vastgesteld. De verschillen zijn volgens de monitor klein, maar hierdoor zijn de cijfers vanaf januari 2026 niet goed vergelijkbaar met die van vóór 2026.
Uit de monitor blijkt daarnaast dat de groep werkzoekenden breed is samengesteld. Van de WW’ers die in augustus 2026 naar klantcontactvacatures zochten, heeft 26 procent een mbo-2-, -3- of -4-opleiding. Vijftien procent heeft een hbo- of wo-achtergrond. Naar leeftijd is de grootste groep 25 tot 45 jaar: zij vormen 45 procent van het totaal. Dertig procent is 55 jaar of ouder.
Werk verandert mee
KSF plaatst de arbeidsmarktcijfers in een bredere ontwikkeling van het vakgebied. Volgens de federatie nemen technologie en automatisering steeds meer eenvoudige en repeterende klantinteracties over. Daardoor verandert niet alleen hoeveel medewerkers nodig zijn, maar ook de inhoud van het werk.
Menselijk klantcontact verschuift volgens KSF richting complexere situaties, waarin vakkennis, empathie, oordeelsvermogen en vertrouwen belangrijker worden. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe functies op het snijvlak van klantcontact, technologie, data en processen. De federatie ziet daarom een groeiend belang van nieuwe vaardigheden, om- en bijscholing en duurzame loopbaanmogelijkheden.