D66: overheid moet stoppen met communicatiekanalen zoals Facebook, WhatsApp en Twitter

D66: overheid moet stoppen met communicatiekanalen zoals Facebook, WhatsApp en Twitter

by Klantcontact
19 maart 2019

Volgens Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) moet de overheid stoppen met het inzetten van communicatiekanalen zoals Facebook, WhatsApp en Twitter. “Dat overheden die kanalen toepassen, wekt de indruk dat ze een soort nutsfunctie hebben,” stelt hij. Wanneer je als overheid wilt laten zien dat communicatie met burgers veilig en onafhankelijk moet zijn, dan moet je niet via deze platforms te werk gaan. De overheid moet hiervoor eigen kanalen ontwikkelen. Verhoeven wil hiervoor een motie indienen bij de behandeling van de Wet digitale overheid. Dat zegt Verhoeven in gesprek met het vakblad iBestuur.

Initiatiefnota over de aanpak van Big Tech

Bedrijven zoals Facebook, Amazon en Google maken zich volgens Verhoeven schuldig aan schending van privacyregels, het verspreiden van nepnieuws, belastingontduiking en het uitbuiten van werknemers. In een recente initiatiefnota reikt Verhoeven daarom voorstellen aan om de macht van techreuzen in te perken. Met het aanpakken van big tech moet volgens Verhoeven ook gekeken moeten worden naar de inzet van digitale kanalen zoals Facebook, Twitter, WhatsApp in de communicatie tussen burger en overheid.

Problemen met communicatiekanalen van big tech

iBestuur brengt in een nog te verschijnen artikel verschillende problemen met het gebruik van consumenten-gerichte communicatie-apps van big tech in kaart. Volgens de Archiefwet en Wet van Openbaar Bestuur moet elke conversatie tussen de overheid en burgers in sociale media naar onderwerp, plaats en inhoud geregistreerd worden. Met name hier komt de disbalans tot uiting: big tech slaat de conversaties wél op, maar overheden meestal niet. Vaak zijn ze niet te koppelen aan gegevens van individuele burgers.

Overheid mist grip

Ook op andere vlakken mist de overheid grip op digitale kanalen. Big tech bepaalt de eigenschappen van de software, gaat over de computercapaciteit en opslag voor het omvangrijke dataverkeer. Het merendeel van de digitale communicatie van de overheid met individuele burgers is gericht op het zenden dan wel op het doorsturen van mensen naar het juiste loket, maar het presenteren van informatie aan burgers wordt door algoritmen bepaald. Er is geen controle op toegang en geen controle op identiteit. Volgens Privacy First delen burgers vaak onbewust persoonlijke informatie via deze kanalen, soms op verzoek van bijvoorbeeld gemeenten. Ook vindt Privacy First het bezwaarlijk dat de digitale kanalen van big tech geen maximale bewaartermijn hanteren.

Motie kan grote gevolgen hebben

“In onze onlangs verschenen techvisie hebben we ook uitgelegd dat de overheid niet meer via WhatsApp en Facebook met de burger moet communiceren”, zegt Verhoeven tegen iBestuur. “Bij de behandeling van de nieuwe Wet digitale overheid door Tweede Kamer, dienen we hier wellicht een motie over in. Ik verwacht dat zo’n motie wel op een meerderheid kan rekenen.”

Wanneer deze motie wordt aangenomen, heeft dat mogelijk kolossale gevolgen voor het applicatielandschap en voor de wijze waarop overheden en burgers onderling communiceren. Niet alleen ministeries en gemeenten, maar ook bewindslieden, volksvertegenwoordigers en zelfs wijkagenten maken nu op grote schaal gebruik van social media. Bijvoorbeeld voor het aannemen van vragen en klachten, als alternatief kanaal voor de telefoon en e-mail. Met name ‘texting’ is hot: vormen van instant messaging (zoals Whatsapp en webchat) zijn in gebruik bij een kwart van de Nederlandse publieke instellingen, aldus cijfers uit de wereldwijde benchmarkstudie van Dimension Data (2019). Driekwart van de publieke instellingen wil binnen een jaar actief aan de slag met messaging.

 

Het artikel over de achtergronden bij het gebruik van kanalen zoals Facebook, WhatsApp en Twitter door rijksoverheid, zbo’s en gemeenten is te lezen op iBestuur.

Technologie
Top